Patienteninformatie

Het specialisme van de Maag-Darm-Leverziekten houdt zich bezig met verschillende organen die betrokken zijn bij de spijsvertering. Voedsel komt via de mond in de slokdarm en vervolgens in de maag waar het wordt tijdelijk wordt opgeslagen en wordt gemengd met maagsappen. Als het voldoende verdund is, komt de voedselbrij eerst in de dunne darm en daarna in de dikke darm. In de dunne darm worden verteringssappen vanuit de alvleesklier, lever en galblaas aan het voedsel toegevoegd. Hierdoor komen belangrijke voedingsstoffen vrij uit het voedsel. Deze voedingsstoffen worden via de wand van de dunne darm aan het bloed afgegeven. Aan het eind van de dunne darm stroomt een dunne, onverteerbare massa naar de dikke darm. De dikke darm onttrekt water en zouten uit deze dunne brij. Wat daarna overblijft is de normale vaste ontlasting. De ontlasting wordt door de dikke darm naar de endeldarm geduwd. Als er ontlasting in de endeldarm komt voelt u aandrang. De spijsvertering is dan voltooid en de ontlasting kan via de anus het lichaam verlaten.

Hieronder vindt u uitleg over ziektebeelden die kunnen voorkomen. Ze zijn gerangschikt per orgaan en verwijzen voor een deel naar de brochures die samen met de Maag Lever Darm Stichting (MLDS) zijn gemaakt. Ook kunt u informatie filmpjes bekijken over verschillende ziektebeelden (bijvoorbeeld neuroendocriene tumoren) en endoscopische onderzoeken, zoals een gastroscopie en coloscopie.

Magma